Laadvoorzieningen kunnen een groot deel van het aansluitvermogen bepalen. Slim laden maakt vaak een betere benutting van de bestaande aansluiting mogelijk.
Bepaal de laadbehoefte
Inventariseer aantal plaatsen, voertuigtypen, verblijfsduur, gewenste energie per sessie en toekomstige uitbreiding.
Kies statisch of dynamisch beheer
Statische verdeling begrenst het totale laadvermogen op een vaste waarde. Dynamische load balancing past het laadvermogen aan op basis van actuele gebouwbelasting.
Controleer hoofd- en onderverdeling
Beoordeel hoofdvoeding, faseverdeling, beveiligingen, kabelroutes, selectiviteit en fysieke uitbreidingsruimte.
Communicatie en meting
Leg vast hoe laadpunten communiceren, worden gemeten en beheerd. Houd rekening met storingsgedrag wanneer communicatie wegvalt.
Documenteer het ontwerpscenario
Vermeld maximaal laadvermogen, regelstrategie, minimumvermogen per punt en aannames over gelijktijdigheid.
Veelgemaakte fouten
Deze informatie is algemeen en vervangt geen projectspecifieke engineering, inspectie of normbeoordeling. Controleer altijd de actuele projectgegevens, fabrikantvoorschriften en toepasselijke regelgeving.
Veelgestelde vragen
Kan ik meer laadvermogen installeren dan de vrije netcapaciteit?
Met actief energiemanagement kan het geïnstalleerde laadvermogen hoger zijn dan het gelijktijdig beschikbare vermogen, mits de begrenzing betrouwbaar is.
Is iedere laadpaal een aparte groep?
Dit hangt af van systeem en fabrikant. Beveiliging en verdeling moeten volgens de gekozen installatieopbouw worden ontworpen.
Hoeveel reserve moet ik opnemen?
Baseer dit op verwacht wagenpark, groei en beschikbare infrastructuur. Leg fysieke en elektrische reserve afzonderlijk vast.
